Ontwikkeling van het landschap

Miljoenen jaren geleden hebben krachten in de aardbodem ervoor gezorgd dat er breuken kwamen in het aardoppervlak. Een van de belangrijkste breuken is de Peelrandbreuk. Deze loopt van Roermond over Meyel, Neerkant, Liessel, Deurne, Rips en Mill naar Oss.

Ondoordringbare leemlagen

Al voor de ijstijden had de Peelhorst vrij dicht aan de oppervlakte ondoordringbare leemlagen waardoor het regenwater moeilijk kon wegzakken. Het regenwater stroomde daarom naar lager gelegen delen er er ontstonden beekjes en beekdalen.

Droge ijstijden

Tijdens de ijstijden was het koud en droog en omdat er geen begroeiing was had de wind vrij spel. Zandstormen waren het gevolg, de beekjes en beekdalen waaiden dicht. Er ontstonden plassen, die als gevolg van het droge klimaat aanvankelijk droogstonden.

Veranderend klimaat

Omstreeks 10.000 jaar geleden komt er een eind aan de ijstijden. Het klimaat werd warmer en vochtiger en de plassen kwamen vol water te staan: de eerste peelvennen kondigden zich aan. Maar het zou nog een kleine 6.000 jaar duren voordat er een dik aaneengesloten pakket hoogveen gevormd was.

Veengebied

Het veen in de Peel heeft er duizenden jaren over gedaan om zijn maximale dikte van vijf tot zes meter te bereiken. Het eindresultaat was een vrijwel boomloos, nauwelijks begaanbaar gebied. Het is dan ook geen toeval dat juist hier de grens tussen twee provincies loopt. Het meeste veen is afgegraven en wat er van over is groeit niet meer vanzelf.

Bodembewegingen

Nog steeds zit er beweging in de bodem en schuiven delen van de aardkorst langs de breuken omhoog (horsten), terwijl andere delen zakken(slenken). Daarbij kunnen aardbevingen optreden zoals in 1992. Op deze wijze zijn in Oost-Brabant en Limburg de Peelhorst (hoog) en de Centrale Slenk (laag) ontstaan.

Huidige situatie

De Groote Peel is nu een aaneengesloten natuurgebied van 1500 ha. waar de rust en de weidsheid herinneren aan het vroegere veen. De ‘littekens’ van de vervening geven het gebied niet alleen een historische dimensie; ze hebben ook variatie toegevoegd aan het landschap, dat bestaat uit water, moeras, heide en kleine stukjes bos.

Voedselarm met bijzondere planten

Hoogveengebieden zijn voedselarm. Daardoor groeien er maar weinig soorten planten. Daar zijn dan wel heel bijzondere soorten bij. Ze hebben zo hun eigen trucs om het karige menu aan te vullen. Zoals de vleesetende zonnedauw, die met kleverige tentakels op zijn bladeren insecten vangt.

Nationaal Park en erkend wetland

Vanwege de grote betekenis voor watervogels is De Groote Peel een internationaal erkend ‘wetland’. Een kleine honderd vogelsoorten broeden er en talloze trekvogels strijken er voor langere of kortere tijd neer in voor- en najaar. Vanwege zijn omvang en zijn uitzonderlijke natuurkwaliteit is De Groote Peel in 1993 uitgeroepen tot nationaal park.