Turf

Halverwege de negentiende eeuw begon men systematisch veen als brandstof (turf) te winnen. Ontwatering met behulp van greppels en sloten maakte het mogelijk om het hele gebied toegankelijk te maken voor grootschalige turfwinning. Voor het afvoeren van turf werden vaarten gegraven.

Zo werden grote delen van De Peel afgegraven, vaak tot op de onderliggende zandlaag. De sporen van deze grootschalige turfwinning in De Groote Peel zijn nog steeds duidelijk zichtbaar.

De Brabantse kant

Aan de Brabantse kant werd het veen grotendeels door een maatschappij gewonnen. Voor transport werden vaarten en kanalen gegraven.

De Limburgse kant

In het Limburgse deel werd voornamelijk door particulieren turf gestoken en met karren via de uitgespaarde ‘peelbanen’ afgevoerd. Iedere boer groef hier turf op zijn eigen (of jaarlijks gepachte) stukje grond, waardoor veenputten van verschillende grootte en vorm ontstonden.

Gebruik van het landschap na de turfwinning

Toen de turfwinning niet meer rendabel was en grote gebieden waren afgegraven, ging men over tot ontginning van de afgegraven delen. De aanvankelijk voor de landbouw waardeloze zandgronden, werden met kunstmest geschikt gemaakt voor weilanden en akkers. De Groote Peel dreigde omgevormd te worden tot landbouwgebied.

Natuurgebied

Er kwamen echter initiatieven om het gebied te bewaren en er een natuurreservaat van te maken. De laatste grote ontginning in de Peel werd in begin jaren zestig beëindigd.